Logopedie

Stotteren

Wat is stotteren?

Wanneer je iets wilt zeggen, maak je eerst een idee in je hersenen. Je hersenen zetten dit idee om in woorden en geven een seintje aan de spieren om de juiste woorden te zeggen. Soms gaat er iets mis in de samenwerking tussen de hersenen, spieren en zenuwen. Dan zitten de woorden en klanken wel in je hoofd, maar het lukt niet om deze soepel uit te spreken. Dan stotter je.  

Stotteren herkennen

Er zijn verschillende manieren waarop je kan stotteren:

  • Vaak herhalen van klanken (b-b-b-boek) of woorddelen (ta-ta-tafel)
  • Blokkades; je blijft vastzitten op een letter (K...rentenbol)
  • Verlengingen van klanken (mmmmmama)

Wat je ook kan zien of horen:

  • Spanning en beweging in het gezicht en/of lichaam tijdens het spreken (oogknipperen, wegkijken, stampen met de voet).
  • Stijging in toonhoogte en volume om het woord eruit te krijgen.
  • Spreekangst; voor een bepaald woord of bepaalde situaties. 
  • Vermijdingsgedrag; bijvoorbeeld door pauzes te nemen, andere woorden te gebruiken of ‘ik weet het niet’ zeggen.

Als stotteren niet overgaat

Veel kinderen tussen twee en vijf jaar maken een periode door van niet-vloeiend spreken. De spraak en taal van kinderen groeit in deze tijd en gaat niet altijd even snel. Daardoor ontstaan ‘normale onvloeiendheden’, kinderen komen dan even niet uit hun woorden. Denk bijvoorbeeld aan het herhalen van kleine woorden zoals ‘en’ en ‘toen’. Dit gaat meestal vanzelf over.

De kans is groot dat het stotteren niet weggaat als:

  • Het kind vijf jaar of ouder is;
  • Stotteren in de familie voorkomt;
  • Het kind een jongen is;
  • Het stotteren al een jaar of langer bestaat (tel vanaf de eerste stotters, ook als er periodes zijn dat het kind niet stottert).

Adviezen als je kind niet-vloeiend spreekt:

    • Geef zelf het goede voorbeeld door rustig te praten;
    • Neem de tijd om met je kind te praten;
    • Zorg dat je kind plezier heeft in het spreken;
    • Als je kind over het stotteren wil praten, ga er dan op in;
    • Zorg dat iedereen om de beurt praat. Je kan bijvoorbeeld een speciale beker neerzetten bij degene die aan het praten is;
    • Als je kind enthousiast wil vertellen en je hebt geen tijd, benoem dat dan. Beloof dat je er straks tijd voor maakt;
    • Luister naar wat je kind zegt en niet hoe je kind het zegt;
    • Leer je kind geen ‘trucjes’ om beter te praten, zoals: ‘eerst nadenken, dan praten’ of ‘haal even diep adem’;
    • Dwing je kind niet om te praten, vooral niet in het bijzijn van anderen;
    • Stel minder vragen.

    Onder het kopje Boekentips vind je een aantal voorleesboeken over stotteren of met karakters die stotteren. Samen met je kind kun je hiermee op speelse manier ontdekken wat stotteren is.

    Wanneer zoek je hulp?

    Als je zorgen hebt over het spreken van je kind is het altijd goed om een logopedist of stottertherapeut te raadplegen. Behandeling is niet altijd nodig. Vaak krijg je adviezen over hoe je kunt omgaan met het praten van je kind. Soms houdt de logopedist of stottertherapeut het spreken van je kind voor een langere periode in de gaten.

    Heb je vragen of wil je een persoonlijk gesprek met een logopedist? Neem dan contact met ons op: (088) 054 99 99.